'Creatief schrijven'
Doel: De kandidaat kan artikelen voor een personeelsblad, een huisorgaan of een persmap schrijven.

• Introductie
• Leer proces
• Plan van aanpak
• De 6 fasen van het creatief proces
- Signaleringsfase;
- Voorbereidingsfase;
  informatie verzamelen; sterke schrijfstrategieën;
- Incubatiefase;
- Transformatiefase;
- Uitwerkingsfase;
- Evaluatiefase.
• Ordenen
- AIDA formule en Picture-Promise-Prove-Push
• Het echte schrijven begint
- structuur; eenvoud; stijl; beknoptheid.
• Redigeren van teksten
• Hoe maak je een goede kop
• Achtergrond literatuur (voorbeelden)
• Test

 

 

 

 

 

 

Introductie

 

"hoe duidelijker ik 't wil zeggen

hoe slechter ik uit mijn woorden kom

dit lijkt mij een typisch verschijnsel

van het een of ander"        

  (Remco Campert)

 

Last van writer's block?????
Dan heb je vast hulp nodig bij creatief schrijven!
• makkelijke en natuurlijk leren schrijven
• publiekgericht schrijven, aandacht trekken en vasthouden
• een levendige en vanzelfsprekende manier van formuleren ontwikkelen
• moeilijke onderwerpen uitleggen en helder argumenteren
• samenhang aanbrengen in de opbouw van een tekst

De volgende stappen helpen je daarbij een heel eind op weg.

 

 

terug naar inhoudsopgave

 

 

 

_______________________________________________________________________________________

 

 

 

• Leer proces

Werkwijze

• Werk in Word. 
Gebruik de spellingscontrole.
Laat je artikel tussentijds controleren.
Loop je vast, raadpleeg eerst het cursusmateriaal.
Doe de test!
  Kom je er niet uit, raadpleeg dan je begeleider of de vakdocent op school.
Andere hulpmiddelen, zoals externe bronnen (interviews), zijn toegestaan. Raadpleeg tevens de achtergrond literatuur.

Beschikbare tijd

De deadline wordt bepaald door de praktijkbegeleider?

terug

 

 

 

_________________________________________________________________________________________

 

 

 

Plan van aanpak

Stap 1 Kies in overleg met je praktijkbegeleider een onderwerp waarover je een artikel in het personeelsblad of huisorgaan gaat schrijven.

Stap 2 Stel vast voor welke doelgroep(en) het artikel bedoeld is en stel het lezersprofiel vast.

 
  Stap 3 Pas de verzamel -en verhelderingsstrategie toe en ga je materiaal ordenen: kies de meest geschikte structuur.

               

 

 

Stap 4 Schrijf het artikel rekening houdend met de doelgroep en de vaste onderdelen van een artikel. Zorg voor eenvoud, begrijpelijkheid. aantrekkelijkheid en beknoptheid.
                
Stap 6 Laat het artikel in het personeelsblad of huisorgaan plaatsen en houd rekening met de huisstijlelementen.
Stap 5 Laat het artikel beoordelen door de eindredacteur en stel het bij.

 

terug

 

 

_______________________________________________________________________________________

 

Signaleringsfase

Signaleren of waarnemen is de basis voor een creatieve start.
Bekijk een probleem van alle kanten en sluit vooral niets uit.

De manier waarop je iets waarneemt, bepaalt al vaak de invalshoek van de oplossing. Je kunt zaken zien als probleem of als uitdaging; een ander voorbeeld is het halflege of halfvolle glas: de pessimist en de optimist.

Houd oren en ogen open om dingen die leven te signaleren. Komt er een speciale dag aan op het werk, is er een nieuw product waarover iets geschreven kan worden, een nieuwe medewerker/ stagiair, een nieuw kantoor (uitbreiding, nieuwe bedrijfsauto, bedrijfskleding, etc.), bijzondere gebeurtenissen (wat gebeurt er in het bedrijf allemaal en zijn er zaken waarover je een artikel kunt schrijven?), je kunt ook een artikel schrijven vanuit je eigen belevingswereld ('het leven van een stagiair bij bedrijf X'), etc.

 

terug

 

 

_______________________________________________________________________________________

 

 

 

• Voorbereidingsfase

- Ga na wat het doel is van de tekst; wat wil je met je tekst bereiken?

informatie geven over een product, een situatie of een maatregel (informatief doel).
  commentaar leveren of je mening geven over een bepaald onderwerp
(een commentariërend doel).
 
 
uitleggen hoe de lezer iets moet gebruiken (een directief doel).   overtuigen om bijvoorbeeld een product te verkopen (persuasief doel).

of gewoonweg 'entertainen' (een column of grappig verhaal)

 

- Stel dan vast voor welk publiek je tekst bestemd is:

Wat weet je publiek van het onderwerp?

Welke ervaring of opleiding heeft je lezer?

Welke taal kun je gebruiken (toon, moeilijkheid)?

Wat wil de lezer van het onderwerp weten?

Wat is je relatie tot de lezer (chef, adviseur, klant)?




 

 

- Vervolgens bepaal je welke tekstsoort het beste past bij doel en publiek:

een memo, artikel, circulaire, direct mail, een nieuwsbericht, een achtergrondartikel, een interview, een column, een sfeerreportage, een teletekstbericht, een promotietekst, rapport etc.

 

          

 

terug

 

 

_______________________________________________________________________________________

 

 

Sterke schrijfstrategieën





 

 

 

 

Inspiratie laat zich niet dwingen. Goed schrijven betekent niet wachten tot "het" komt. Schrijven in stappen levert een beter resultaat op en heeft veel voordelen. Je kunt meteen aan de slag omdat je systematisch te werk gaat. Deze aanpak behoed je voor de zogenaamde writer's block!

Een gestructureerde aanpak bestaat uit drie stappen: voorbereiden, schrijven en afwerken.
Probeer niet meteen een perfecte tekst op papier te zetten maar werk met meerdere ronden.

• Verzamelstrategieën: zijn technieken om de gewenste informatie bij elkaar te zoeken.

- Brainstormen levert alle ideeën op die ook maar iets met je onderwerp te maken hebben.

- Een metafoor gebruiken betekent dat je een beeld of voorwerp gebruikt om allerlei associaties op te roepen. Bijvoorbeeld: 'zij weegt zo licht als een veertje'. 'Het bedrijf loopt als een trein'.

- Vragen loslaten op je onderwerp (de 5 journalistieke W-s en Hoe) helpen je de opdracht te structureren: wie, wat, waar, wanneer, waarom. De ene vraag roept de andere op en de antwoorden vormen de benodigde informatie.

• Verhelderingsstrartegieën: moeten lijn brengen in de opdracht en je gedachten.

- De WIEB-strategie staat voor: Wat Ik Eigenlijk Bedoel is ... Met hardop uitspreken, dwing je jezelf de kern van je gedachten op papier te zetten. Het helpt ook altijd door het hardop te vertellen aan je vriend of vriendin (je kunt ook net doen alsof je het tegen een goede vriend vertelt)

- Aantekeningen of krabbels maken, heeft als voordeel dat ideeën zich al schrijvende vormen. Met behulp van schema's, pijlen en plaatjes worden je ideeën concreter. Associëren. Je kunt associaties maken. Als je één woord opschrijft, roept dat automatisch weer andere woorden/gedachten op. Bijvoorbeeld: zomer. Dan denk je aan strand, ijsjes, zwemkleding, terrasjes, etc. Op deze manier kun je een onderwerp duidelijker neerzetten en bedenken wat je er allemaal over kunt schrijven.

- Een werkstelling kan ook verhelderend werken. Werk met vragen als: "In deze tekst behandel ik ..." "Na afloop weet de lezer ..." Later kun je de stelling omzetten in een inleiding. Wat ook helpt is om structureel op te stellen wat je wilt vertellen. Bijvoorbeeld:
1. introductie: wat is het belangrijkste nieuws? Waarom schrijf je het artikel en wil je dat de lezer dit gaat lezen?


- De lezersstrategie houdt in dat je probeert je zo goed mogelijk te verplaatsen in de lezer. Wat wil die weten? In welke situatie leest hij/zij de tekst? Welke verwachtingen heeft de lezer?

- Berustingstrategieën moeten ervoor zorgen dat je in de eerste schrijfronde vlot door kunt schrijven. Stel het bedenken van de beste formulering uit en denk niet aan de kritische lezert. Begin met de delen tekst die je helder voor ogen staan. Pas in de tweede schrijfronde ga je de puntjes op de i zetten.

terug

 

 

_______________________________________________________________________________________

 

 

 

Ordenen

Ordenen betekent structureren. Zakelijke teksten hebben meestal twee doelen:

- informeren (brief, artikel in personeelsblad of huisorgaan, persbericht);

- overtuigen (direct mail, advertentie, leaflet, folder, brochure, artikel).   

Als je informatie wilt overdragen, is de opbouw van je boodschap heel belangrijk.

De bekendste structuur is die van:
- inleiding (zeg wat je gaat zeggen)
                                                       - kern (zeg het)
                                                       - slot
(zeg wat je gezegd hebt)

 

Andere handige structuren zijn:


de probleemstructuur:

thema is een probleem
- Wat is het probleem precies?
- Waarom is het een probleem?
- Wat zijn de oorzaken?
- Wat zijn de mogelijke oplossingen?

de maatregelstructuur:

thema is een maatregel
- Wat is de maatregel precies?
- Waarom is de maatregel nodig?
- Hoe wordt de maatregel uitgevoerd?
- Wat zijn de effecten?


de evaluatiestructuur:

thema is dat wat beoordeeld wordt
- Wat is het onderwerp?
-Wat zijn de positieve/ negatieve aspecten?
Hoe luidt het totaaloordeel?
Wat kan/ moet er dus gedaan worden?
 
de onderzoeksstructuur:
thema is een onderzoeksobject
- Wat wordt er precies onderzocht? En waarom?
- Volgens welke methode?
- Wat zijn de resultaten?
- Wat zijn de conclusies/ aanbevelingen?

 

 

 

Bij overtuigende teksten is het doel mening, houding en gedrag van mensen te veranderen.
Hier is de verpakking zo mogelijk nog belangrijker dan de inhoud!

Denk aan reclameteksten zoals vormen van direct mail, advertenties en folders, maar ook voorlichtingsteksten.

 

 

terug

 

 

 

 

 

Er is een aantal formules bedacht om de lezers en luisteraars te overtuigen. Vaak zijn modellen voor presentaties of verkoopgesprekken ook heel bruikbaar voor het schrijven van wervende reclameteksten.

 

We beperken ons tot:

- de AIDA-formule: Attention - Interest - Desire - Action.

- de Picture - Promise - Prove - Push formule.

Deze technieken vertonen veel overeenkomsten.

 

AIDA formule

Attention
De boodschap moet allereerst de aandacht van de lezer trekken. De rest van de tekst is zinloos als dat niet lukt.
De formulering van een opvallende kopregel is dan ook essentieel! Vaak is de P.S. aan het eind van de brief ook een aandachttrekker. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat kopregel en Post Scriptum altijd gelezen worden.

Interest
De lezer moet geïnteresseerd raken. Daarom volgt er meestal een belofte of een aantrekkelijk aanbod, gekoppeld aan het produkt of de dienst.

Desire
Nu is het de zaak de interesse om te zetten in behoefte of zelfs begeerte. Sterke argumenten moeten de lezer ervan overtuigen dat het aanbod uniek is, dat hij of zij het produkt moet aanschaffen.
- Welke eigenschappen heeft het produkt?
- Wat zijn de voordelen ten opzichte van andere produkten?
- Wat vinden bekende mensen van het produkt?

Action
Tenslotte is de lezer bereid actie te ondernemen om het produkt te bemachtigen. Dat kan door het invullen van een antwoordkaart, het bellen voor extra informatie of het plaatsen van een order.

Zie voor een aantal goede voorbeelden het bestand: www.direct mailings

Picture - Promise - Prove - Push formule

Picture
Een korte aantrekkelijke uitleg van de werking van het produkt of het belang van de dienst voor de lezer.

Promise
Nu volgt de belofte dat dit unieke produkt of deze eenmalige dienst ook binnen het bereik van de lezer ligt.

Prove
Argumenten bewijzen de kwaliteit en superioriteit van het produkt of dienst. Vaak vormen harde onderzoekscijfers of beroemde gebruikers een overtuigend bewijs.

Push
Nu heeft de begerige lezer slechts een duwtje in de rug nodig om actie te ondernemen: een reactie binnen korte termijn om het produkt of de dienst te bemachtigen.


terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

_______________________________________________________________________________________

 

 

• Incubatiefase

Je hebt nu de opdracht en probleemstelling in kaart gebracht.
Je onderbewuste moet nu het geweldige idee brengen waar je op zit te wachten.
Dit ontstaat vaak wanneer je met iets geheel anders bezig bent.
De beroemde Einstein had de beste ideeën in zijn dromen. Hij had pen en papier op zijn nachtkastje om de oplossing voor een wiskundig probleem te noteren.

Een andere indeling voor het schrijfproces luidt: plan, write, cool, revision.
Daarbij staat cool voor afkoelingsperiode of incubatiefase waarin geen idee of letter wordt geproduceerd.

 

terug

 

 

_______________________________________________________________________________________

 

 

 

 

• Transformatiefase

In deze fase haal je heel bewust alle ideeën uit je onderbewuste naar boven.
Maak ze concreet door ze op te schrijven. Sommige ideeën zijn vaag of onbruikbaar;
probeer ze geschikt te maken voor doel, publiek en tekstsoort.


• Uitwerkingsfase

Maak een selectie van ideeën. Ga na welke practisch toepasbaar zijn.
Maak combinaties en beslis welk idee zich leent om verder uit te werken.

 

terug

 

 

_______________________________________________________________________________________

 

 

Evaluatiefase

Nu ga je kijken of de meest praktische ideeën wel voldoen aan de criteria
die je in de voorbereidingsfase hebt gesteld. Het beste idee ga je nu gebruiken.
Als je nog niet tevreden bent kun je het creatieve proces opnieuw starten.

 

 

terug

 

 

_______________________________________________________________________________________

 

 

 

 

Schrijven

Nu ga je de opbouw invullen met tekst: de informatie die je aan de lezer wilt overdragen.

Je kunt gebruik maken van de vier dimensies van begrijpelijk schrijven van Langer:

structuur - eenvoud - stijl - beknoptheid

 

 


 

Structuur

"Inwendig": De logische volgorde binnen de tekst. Van hoofdvraag naar subvraag naar ondersteunende bijzaken en relevante details naar het volgende kernidee.

   
"Uitwendig": Laten zien wat belangrijk is en wat ondersteunende en ondergeschikte argumentatie of informatie is. We bedoelen hier vormkenmerken zoals: Inhoudsopgave; hoofdstuk- en paragraaftitels; alinea-indeling; cursiveringen, onderstreepte en vetgedrukte woorden, signaalwoorden (ten eerste, daarnaast, maar, echter, hoewel, zoals, bijvoorbeeld, dus, namelijk, samenvattend etc.) enz.. Zo kunnen we laten zien wat belangrijk is en wat ondersteunende en ondergeschikte argumentatie of informatie is.

 

 

 

                                      Eenvoud

Stel je taalgebruik af op je doelgroep.
Let op het taalniveau en de voorkennis van de lezer.

Tips:
• Vermijd onnodig moeilijke woorden.

vaktermen: de term "pay-off"is vreemd voor mensen die niet in de "communicatie"zitten. Leg de term uit of maak gebruik van voetnoten.

afkortingen: schrjjf ze voluit, ook als het bekende zijn zoals: "a.h.w., d.w.z.".

intellectuelewoorden: om indruk te maken bij andere mensen zoals: "cognitieve dissonantie, discrepantie et cetera".

lange woorden: "inkomstenbelastingformulieren"

schrijftaalwoorden: "derhalve, hopende u voldoende te hebben geïnformeerd".


• Gebruik eenvoudige zinsconstructies.


geen lange zinnen maar ook niet allemaal korte zinnetjes; zorg voor afwisseling.

geen tangconstructies: twee woorden of zinsdelen die bij elkaar horen worden gescheiden door tussenliggende woorden of zinsdelen. "de door de invoering van de nieuwe verkeersregeling veranderde omstandigheden".

geen ontkennende zinnen: "het is niet ondenkbaar dat er maatregelen zullen worden genomen".

Zie voor meer info over stijl:

terug

 

Stijl

Hiermee bedoelen we toevoegingen in de tekst die de lezer aanzetten tot het lezen ervan, maar die de lezer ook geïnteresseerd houden. Houd altijd de doelgroep goed in het oog.

Je kunt de volgende middelen gebruiken:
- actieve stijl in tegenstelling tot passieve stijl of lijdende vorm.
niet: "De nieuwe docent is benoemd door de directie."
maar: " De directie heeft de nieuwe docent benoemd."

- werkwoordstijl in tegenstelling tot naamwoordstijl:
niet: "Zij kwam tot de ontdekking dat ..."
maar: Zij ontdekte dat ..."

- persoonlijke stijl:
• gebruik de "u"- vorm en wissel deze af met "ik"of "wij", in plaats van "men".
spreek de lezer aan door het stellen van vragen zodat de lezer gaat meedenken;
gebruik de gebiedende wijs: "Bel voor meer informatie!."

- afwisselende zinsvolgordes: verschillende zinstypen (onderwerp - persoonsvorm - ander zinsdeel/ ander zinsdeel - persoonsvorm - onderwerp);

- verhalende stijl: probeer zo te schrijven dat de lezer zich een beeld kan vormen van wat je bedoelt:
• vergelijkingen: als je wilt aangeven dat een olietanker heel groot is, kun je spreken van de oppervlakte van tien voetbalvelden.
• voorbeelden: "de nieuwe Yamaha Black-max accelereert binnen 3 seconden naar 100 km/u."
• beeldspraak: "de man van de directeur heeft het verstand van een kanarie!"

- dialogen en citaten: als je mensen zelf aan het woord laat, geeft dat een persoonlijk effect (het zogenaamde "human interest"of menselijk element).

 

terug

 

 

 

 

 

Beknoptheid

Deze factor is wederom afhankelijk van doel en doelgroep.
Twee uitersten kunnen we hierbij tegenover elkaar stellen.

• een tekst waarin teveel informatie is samengepakt (te grote informatiedichtheid);

• een tekst waarin informatie onnodig breed uitgemeten wordt (teveel herhaling).

Tips:
• schrap bij eerste controle alle woorden die je niet nodig vindt;
• vermijd onnodige herhalingen;
• vermijd onnodige details, beklemtoningen en andere aanvullingen;


Enkele aandachtspunten:
• probeer zo exact mogelijk te formuleren om vervorming van de informatie te voorkomen;
• gebruik hetzelfde woord voor hetzelfde begrip: dus steeds: "studenten"in plaats van: "cursisten"of "leerlingen". Aan de andere kant is het ook wel belangrijk dat je juist andere woorden probeert te vinden, omdat je anders de hele tijd hetzelfde woord leest/ziet.
• gebruik ondubbelzinnige verwijswoorden: "De gemeenteraad ontving onlangs de nieuwe vrouwelijke burgemeester. Zij had zich zorgvuldig op het bezoek voorbereid. "Hier is niet duidelijk waar "zij"naar verwijst.
• gebruik exacte verbindingswoorden: "Het meisje studeert hard. Die zal gemakkelijk slagen.";
• vermijd waar het kan de lijdende vorm:
niet: "Tijdens houseparty's wordt vaak XTC gebryuikt door jongeren."
maar: "Jongeren gebruiken vaak XTC yijdens houseparty's."

 

terug

 




 

_______________________________________________________________________________________

 

 

 

Redigeren van teksten

- Is de tekst logisch opgebouwd?

- Is de tekst functioneel?

- Hoe verbeter je de lijn van een verhaal?

- Hebben de alinea's een duidelijke functie in het verhaal?

- Is de lead helder en aantrekkelijk?

- Gaat het verhaal niet als een nachtkaars uit?

- Hoe maak je een goede kop?

- Wanneer heb je een chapeau nodig?

- Aan welke criteria moet een fotobijschrift voldoen?

- Is de spelling correct?

Een antwoord op deze vragen vind je terug in het cursusmateriaal en in de test!

terug

 

 

 

_______________________________________________________________________________________

 

 

 

Test je kennis over opbouw, stijl en spelling.

Naar Hot Potatoes bestand



terug

 

 

 

_______________________________________________________________________________________

 

 

 

 

 

Achtergrond literatuur

- Handboek Reclame en Promotie Matrix 4.2.4 blz 202 Direct Mail (CCA09.4)

- voorbeelden direct mailings

- voorbeeld persbericht

- www.wmw.nl (website van Wie Mailt Wat? Informatie over opvallende mailings)

 

terug

 

 

 

_______________________________________________________________________________________

 

 

 

Hoe maak je een goede kop?

Een goede kop is van belang om de aandacht te trekken, nieuwsgierigheid te prikkelen en de strekking van het artikel weer te geven.

Checklist voor een goede kop:

- vat het artikel zo bondig en concreet mogelijk samen, bijvoorbeeld ‘wie doet wat’
- gebruik geen jargon (moeilijke taal) en afkortingen, uitroeptekens of vraagtekens
- schrap lidwoorden, voorzetsels en hulpwerkwoorden
- schrijf in een vet lettertype, groot lettercorps en/of in kapitalen
- maak geen flauwe woordspelingen
- in geval van meningen: gebruik aanhalingstekens en/of vermeld bron
- voeg een subkop (chapeau) toe voor extra informatie

 

terug

 

 

 

_______________________________________________________________________________________

 

 

 

 

 

{ de 5 W-s